Beste lezer,
Ons reisverslag is behoorlijk lang uitgevallen. Er is in dit mooie, natte land dan ook ongelooflijk veel te zien en te beleven. Neem dus rustig even de tijd om te genieten van Ierland.
Mocht u een Word document met het reisverslag handiger vinden, laat het ons dan even weten. Wil u het uitgebreide roadbook ontvangen (127blz), ook dat kan.
En vergeet u vooral ook niet naar de foto's te gaan kijken...
In ieder geval : Cead Mile Failte ofte : 1000 maal welkom ! Veel leesplezier !
Vrijdag 9 juli 2010.
Voor één keer is er geen echte stress bij het vertrek. Onze boot naar Ierland vertrekt immers pas om 22.00u vanavond. Het is een goede 600 km rijden en we moeten 2u op voorhand in Cherbourg zijn, om 20.00u dus.
Rond 08u40 kiezen we het hazepad. Het is broeierig heet. Zelfs op dit vroege uur wijst de thermometer al 27° aan. Via Mons, Amiens en de Pont de Normandie komen we na 300km bij de plaats van onze eerste tussenstop.
Onderweg zagen we tientallen oldtimers rijden. Allemaal oude sportwagens. We zijn dan ook goed omringd bij de lunch : omheen de camper staan drie De Tomaso Panthera's, unieke modellen !
De jongens kijken hun ogen uit. Ik eerlijk gezegd ook. Wanneer één van de Italiaanse gelukkigen plots zijn werkkiel aantrekt en in de kofferbak kruipt en een andere een hele verzameling sleutels uit een tas kiepert, zijn we echter blij dat we met een camper rijden en niet met een oldtimer. Wij hebben namelijk geen panne....
Rond 16u30 komen we aan in Cherbourg. De carferry terminal kan je niet missen. Alle wegen leiden er naartoe.
Ik ben toch wel een beetje ongerust want buiten een reservatienummer heb ik niets. En ik heb ook nog niets betaald, ook geen voorschot...stel je voor dat...
We zijn echter bekend en we betalen de 1139€ vlot dankzij Visa. Een heel bedrag toch wel als je dit vergelijkt met de spotgoedkope vliegtuigtickets van Ryan Air...
De dame meldt ons dat we mogen binnenrijden vanaf 1900u. Tijd genoeg dus om nog effe bij te tanken bij Leclercq. De camperplaatsen hier kunnen trouwens in nood dienen om te overnachten, maar meer ook niet...
We eten nog een hapje met zicht op de Norman Voyager (onze boot) en rond 19u30 schuiven we aan in de rij om binnen te rijden.
De dame bij de balie had ons verteld dat het gas dicht moest maar dat we konden inpluggen op electro. We hadden zelfs een speciaal bord hiervoor gekregen en werden verzocht bij het aanrijden onze knipperlichten aan te zetten. Zogezegd, zo gedaan. We werden netjes in een rij gezet samen met andere speciale gevallen : stoere motorrijders, moedige tandemrijders en een koppel mét pet on board. De "red cap" lady kwam kijken wat ons verzoek was en vroeg ons aansluitend of onze camper 440V kon trekken......! Euh neeee... tja, dan is er geen electro voor jullie...
De gasflessen waren gelukkig nog niet dicht en er zou ook niemand opduiken om dit te controleren. Diepvries en koelkast konden dus toch blijven werken.
Na de vrachtwagens, de personenwagen en de bestelwagens was het dan
eindelijk rond 21u15 de beurt van de motorhomes om de buik van de boot binnen te rijden. De helling bleek minder stijl dan we dachten en we kregen een plaatsje op dek 4.
De gereserveerde kajuit bleek er ook te zijn en viel goed mee. Goede matrassen, schoon en genoeg plaats voor een nachtje. De douche deed deugd !
De zon ging roodgeel onder en onze boot zette zich rond 22u15 in beweging, richting Rosslare.
Na het vieren van de eerste probleemloze fase van deze reis met a first pint of Guinness lokte het bedje.
Jammer genoeg bracht de eerste nacht weinig rust voor mij. Ingrid en the kids sliepen als marmotten.
615km gereden, ? km gevaren....
Zaterdag 10 juli
Om 07u00 (Ierse tijd) hield ik het voor bekeken in mijn bed. Een goed ontbijt leek me wel wat. Het restaurant bleek echter nog gesloten tot...? Gelukkig was er nog een koffieautomaat. De buitenlucht was grijs en mistig, heel anders dus dan bij ons vertrek gisteren.
Ingrid vergezelde me rond 09u00 in de file voor het eindelijk beschikbare ontbijt. Full Irish breakfast werd het !
De sympathieke dame aan de kassa vond dat ik er wat ondervoed uitzag en rekende Ingrid haar ontbijt niet aan. It's all included in YOUR Irish breakfast sir, lachtte ze begripvol...
We vonden een tafeltje aan één van de patrijspoorten en of het smaakte...
Daar, daar, daaaaaar.....riep Ingrid plots met veel enthousiame....kijk dan toch daaaaarrrr....
En ja hoor....daarrrr....tuimelden een vijftal dolfijnen in en rond de boeggolven van de Norman Voyager. Wat een verrassing ! Het zouden niet de enige zijn die we zagen...
Om 12u15 doemde uit de mist het silhouet op van de kaaimuur van Rosslare Harbour. Een kneuterig haventje neergepoot met de hulp van Europese sponsoring.
Om precies 13.00 reden we terug weg uit de belly van de boat en was het tijd voor de eerste linkse kilometers. Gelukkig heeft men een korte aanloop voorzien, waarbij je niet anders kan dan links rijden gedurende een tweetal kilometer want het is toch wel een rare ervaring om constant spook te rijden.
Het eerste reisdoel ligt op zo'n 25km : het National Heritage Museum in Wexford. We misrijden slechts eenmaal wat toch wel een succes te noemen is voor deze eerste rit.
We zijn hier net op tijd voor een gegidste rondleiding. De voorafgaande videovoorstelling is vriendelijk gezegd voorbijgestreefd. De gids maakt er zich eenvoudig vanaf maar doet zijn best. We krijgen toch het hele park te zien met de getuigenissen van leven, bidden en sterven tussen de ijzertijd en de eeuw van de vikingen. Hopelijk een klein voorsmaakje van wat écht komen gaat de volgende weken. Ondertussen is het ook beginnen stortregenen.
We besluiten rond 16u00 om nog even tot het toeristisch bureau in Wexford te rijden, in de buurt van onze camping voor de nacht. We hopen hier kaarten van de National Heritage te vinden. Maar die hebben ze niet. Zonde van het zoeken naar een parkeerplaats.
De camping blijkt maar een kleine boogscheut verderop te liggen. We staan voor een gesloten slagboom met een bordje "complete". Dat begint heeeeeel goed.
Gelukkig komt de uitbater aangesneld en vraagt of we electiciteit nodig hebben. Niet echt. Ok, dus heeft hij nog één plaatsje, net na het zwembad. Zonde van de zoemende airco van het zwembad maar na het ronken en stampen van het schip vorige nacht is dit peanuts. Dus nemen we de plaats met beide handen aan...
We betalen 21€, inclusief campsite123 Wifi. ouches kosten een extra € pp.
Het regent nog steeds pijpestelen en we zien de zee op 100m zelfs niet meer door de mist. Tja, dit wisten we natuurlijk, maar heel eerlijk : het zet toch een beetje een domper op mijn plezier. Als het zo drie weken regent...My God !
Enfin, het was toch een OK-dag en straks zal ik ongetwijfeld zalig dutten. Hopelijk tot morgenochtend...
25€ camping
+-37km gereden (totaal 652km)
Zondag 11 juli
Die zondagochtend, 06u30...en de zon staat al stralend aan de hemel ! Onze gebeden werden door Saint Patick gehoord !
Verse croissantjes, een redelijk propere maar onhandige douche, een paar mokken koffie en een goed werkende Tom X2... Meer heeft een mens niet nodig om goedgemutst naar Jerpoint Abbey te vertrekken.
De teller vertelt ons dat we zo'n 30km moeten rijden. Dat gaat volledig langs een N-baan. Probleemloos dus.
De imposante ruïne verschijnt al spoedig aan de linkerkant van de baan. We nemen ons een familiekaart van de Heritage Sites of Ireland. 55€ geven recht op een gratis bezoek aan alle 70 Heritage Sites. En er staan er nog een heleboel op het programma de volgende weken. We zijn net op tijd voor een geleid bezoek met Jim. De kwinkslag die we aan de receptie hadden gegeven over Belgisch bier was ook al tot bij hem geraakt...Jammer genoeg hebben we geen Belgische godendranken aan boord, dus kunnen we onze iets te snel gemaakte belofte niet waarmaken. Dat belet Jim niet om een heel deskundige uitleg te geven over het ontstaan en het verval van deze abdij waar de Benedictijnen volgens strikte regels in soberheid (over)leefden. Het zware werk werd evenwel gedaan door leken die allen hoopten op een goede aflaat...
De graveringen in de graven en in de zuilen van de kloostergang zijn indrukwekkend. Vooral de gravure van de twee broers is bijzonder te noemen, énerzijds door de details en anderzijds door het feit dat blijkbaar twee personen in hetzelfde graf werden ondergebracht. Ook Sint Christoffel ontbreekt niet en samen met hem dwalen we nog wat door de ruïnes.
Tot Cashel is het +- 65km rijden. Tom X2 krijgt echter kuren. Hij stuurt ons door alle mogelijke lokale wegeltjes, terwijl er volgens ons toch heus een N-baan moet zijn. Snel opschieten doet het dus niet en, hoewel de staat van de lokale wegen in het algemeen niet slechter is dan deze van de Belgische autosnelwegen, doen we er toch een kleine 2 uur (!) over om de Rock of Cashel te vinden. Lunchtijd dus. Ondertussen wordt de hemel wat grijzer, maar tijdens het bezoek van deze tweede kloosterruïne en vesting houden we het droog. De Rock of Cashel is dus letterlijk bovenop een rots gebouwd. Niet dat je dat bij de nadering meteen merkt, want het dorpje Cashel en zijn winkeltjes en pubs strekt zich tot aan de voet uit.
Ook hier zijn we net op tijd voor een geleid bezoek, deze keer met George. Een echte Venetiaans blonde Ier !
We krijgen de hele geschiedenis van de 5de, toen het de zetel was van de Koningen van Munster tot de 18de eeuw toen de kathedraal verlaten werd. Of eigenlijk moeten we zeggen : de geschiedenis loopt door tot het heden. Rondom de ruïnes is er immers een eeuwenoud kerkhof. Tot voor een paar tientallen jaren werd iedere inwoner van Cashel hier begraven. Dat werd echter een probleem. Niet door ruimtegebrek maar door het feit dat er nog slechts zeer weinig plekken zijn waar voldoende grond kan uitgegraven worden. De Rock of.... inderdaad. Men beslistte dan maar om een andere begraagplaats aan te leggen, maar dit stuitte op zoveel verzet dat men een originele maar eerlijke regeling moest uitwerken. Men berekende hoeveel mensen er nog konden begraven worden en stelde een lijst op met de echte inwoners van Cashel. Op basis van "first go, first served" werden ze dan begraven. Vandaag zijn er nog slecht vijf plaatsen beschikbaar...
De rondleiding brengt ons ook nog langs Cormac's Chapel met hier en daar restanten van fresco's, een hoogst uitzonderlijk gegeven. De 28m hoge round tower is het oudste en hoogste gebouw op de rots. Ondanks alle speculaties over het doel van de roundtowers waren dit eenvoudigweg uitkijktorens. Van hier spiedden de inwoners van Cashel over de omliggende vlakte naar mogelijke aanvallers.
Robin is ongetwijfeld voor de rest va zijn leven beschermd tegen tandpijn, want zijn innige omhelzing van St Kevins cross was aandoenlijk...
Na een blik op de ruïne van Hore Abbey, gelegen aan de voet van de Rock of Cashel, spoeden wij ons terug naar de motorhome. De grijze wolken spuien inmiddels immers hun tranen over de rotsheuvel en de vallei.
Cahir (spreek uit Caire, zoals Caïro in het Frans dus) ligt volgens Tom X2 op 16km. Makkie denken we. Maar dat is buiten de Ierse GPS-ontvangst gerekend. De electronica doet zeer raar en The Apple Farm, onze camping voor vandaag, zou volgens onze knotsgekke GPS aan de afrit van de autosnelweg liggen. Tja....
Gelukkig is er nog een local die ons op de goede weg zet. We tellen 6km vanaf Cahir en ziedaar zowaar een bordje met The Apple Farm. We rijden het erf op en hopen op een plaatsje...
Tot onze verbazing worden we ontvangen in de loods van de boerderij waar aardbeien, frambozen en nog veel ander zelf geproduceerd lekkers verkocht worden...
De plaatselijke schone twen leid ons rond door de andere loods waarin de trekkerskeuken en het sanitair ondergebracht zijn tussen het landbouwalaam. Er is zowaar ook een biljarttafel en een bibliotheek. De zwaluwen vliegen her en der en over onze hoofden. Het is zeer rudimentair, maar ook zeer net.
Op het veld onder de bomen zal er straks ongetwijfeld nog een plekje zijn. We betalen met plezier nu al onze 24,5€ (6,5€ per volwassene, 4,5€ per "kind" en 2,5€ electro) en rijden nog even terug naar Cahir alwaar we Cahir Casle met ons bezoek verblijden. Dit fort uit de 13de eeuw werd gebouwd op een eiland in de rivier Suir. Het was tot 1964 eigendom van de familie Butler (ja, die...) en wordt vandaag vaak gebruikt voor filmopnamen. Het geheel valt echter toch wat tegen door de al te moderne restauratie aan de binnenkant en we vertrekken na een uurtje opnieuw naar onze Big Apple.
We kunnen niet weerstaan aan de frambozen en de aardbeien en kunnen enkel begrip tonen voor onszelf. Ze zijn immers overheerlijk. Het is hier zeer ruim en rustig staan en we kunnen zowaar de stoeltjes buitenzetten om wat na te genieten.
Gereden : 179km
Totaal : 831km
24,5€ camping
Maandag 12 juli 2010
Deze ochtendstond heeft opnieuw goud in de mond. Laura is, tot ons groot jolijt, wederom volop van de partij.
We plannen rond 11u00, aperitieftijd dus, in Midleton te zijn voor een rondleiding doorheen de Jameson/Old Midleton Whiskeydistilleerderij. Tom X2 blijkt volkomen onbetrouwbaar en houdt tot de laatste kilometer vol dat er geen wegen zijn naar Midleton. Ook de autosnelweg M8 tussen Cahir en Cork kent hij niet. Enfin, de kleine 100km vlotten toch redelijk dankzij de kaartleeskunst van Ingrid en we zijn inderdaad even na elven ter plaatse waar aansluitend een geleid bezoek start. Er is in Ierland een toekomst voor getalenteerde videoproducenten . Ook deze audiovisuele voorstelling is immers van erbarmelijke kwaliteit en dit ondanks de indrukwekkende Bose-geluidsinstallatie medegesponsord door....Europa....
Enfin, we worden doorheen de gigantische vroegere opslagplaats geleid,, langs het douanekantoor en het gigantische waterrad dat nog tot in 1975 voor energie zorgde, en zo komen we bij de reusachtige distileerketel, de grootste ter wereld. In de verte ontwaren we de industriële skyline van de nieuwe distileerderij.
Eindigen doen we bij de bar en we worden uitgenodigd om een examen whiskeyproeven af te leggen. Maarten en ik geven ons op als Chinese vrijwilligers en...slagen glansrijk met grote smaak en voldoening. Als toetje krijgen we een officieel diploma van proever van Ierse whiskey !
Vandaag heeft kok Ingrid vrij en we besluiten ons allemaal het leven makkelijk te maken door in de distileerderij te blijven eten. Dat blijkt een goede keuze want zowel de pie, de Irish Stew, de kipsalade en de exotische kip zijn zeer lekker en redelijk van prijs.
Het is inmiddels te laat geworden om Cork nog te bezoeken en we besluiten dan maar richting Cobh (spreek uit Koff) te trekken. Dit is een typisch badstadje met een vrij belangrijke handelshaven. Miljoenen Ieren ontscheepten hier voor hun uittocht naar Amerika. Van hieruit vertrok ook de Titanic voor zijn eerste en laatste reis met de welbekende afloopt. Met die geschiedenis wordt hier bitter weinig gedaan. Het museum stelt weinig voor, enkel een klein gedenkteken waar je zo voorbij loopt herinnert aan de Titanic. De eigen inwoners die hielpen bij de opvang en de berging van de slachtoffers van de Lucitania in 1915 kregen een groter monument !
Voor de rest zie je hier nog echte "upstairs" en "downstairs" huizenrijen. En je kan niet naast de minder dan 100jaar oude kathedraal kijken die het hele stadje domineert. Een copie van deze van Amiens. Dit heeft miljoenen gekost en dat minder dan een eeuw geleden toen er grote armoede heerstte en de eerste wereldoorlog aan de gang was.
Het werd ondertussen al vrij laat en we willen toch zeker de steen van Blarney Castle kussen. Dus reppen we ons zo'n 30km verder. Op Tommeke zonder speed rekenen we niet meer en andermaal brengen Ingrid haar vers verworven kaartleeskunsten ons met gemak in Blarney.
De burcht zelf staat amper aangeduid. Vreemd toch want dit dorp leeft vooral voor en dankzij haar burcht. Mits wat rondrijden vinden we ze toch. We zijn nog op tijd want we mogen tot 19u00 binnenblijven. Zoveel tijd kan je hier absoluut doorbrengen. De burcht zelf staat in de steigers en dat valt dus wel tegen. Binnenin is het al verval wat de klok slaat. Niettemin kunnen we ons een idee vormen van hoe het leven kan geweest zijn. Belangrijker is natuurlijk dat we bij de Blarney Stone geraken. Welluidend willen we allemaal wel worden.
Enkel Maarten en Ingrid durven het ook echt aan om boven de afgrond achterover te gaan hangen om een stuk steen van de burcht te kussen. Robin en ik voelen ons goed met onze huidige vertelkunst en vinden het onnodig om onze hoogtevrees nog verder uit de dagen.
Omheen de burcht ligt een prachtig park waarin je ongetwijfeld uren kan wandelen. Ook Blarney House is de moeite waard en in een bijzonder hoekje van het park vliegen nog heksen rond en paraderen tovenaars temidden van stone circles en brengen offers nabij de dolmen.
We lopen nog even langs de tuin met de giftige planten en merken dat het hoogtijd is om onze camping voor vandaag te zoeken. Dat is het Blarney Camping and Caravan Park.
Gisteren heb ik de GPS-coördinaten van de campings opnieuw ingeladen en Tommeke blijkt deze keer wonderwel zijn weg te weten. Het is dan ook amper 3km rijden tot deze prachtige camping.
Er zijn nog genoeg plaatsje en na het betalen van 23,5€ mogen we een plaatsje uitzoeken. Het gras is mals onder onze voetjes en we eten voor het eerst buiten.
Naast de camping ligt een publiek golfterrein. Niet zo'n mini-ding maar "the real stuff". 18 Holes aljeblieft en voor IEDEREEN toegankelijk. Dat laten de jongens zich geen twee keer vertellen en als volleerde Tiger Woodsen gaan ze aan de slag. Hun stijl is op zijn minst bijzonder te noemen, maar er lopen wel meer rare exemplaren rond op het magnifieke golfterreintje. Voor alle duidelijkheid : dit is een écht golfterrein maar in een kleine versie met 18 korte holes.
Deze mooie ervaring sluit de dag af. We hopen morgen opnieuw op te staan met zonneschijn. De meteo voorspelt het anders maar ja...die meteojongens...
Vandaag gereden : 152km
Totaal : 983km
23,5€ camping
Dinsdag 14 juli
...hebben gelijk. Laura laat zich niet zien. We ontwaken onder een Iers wolkendek en trekken vroeg op pad. Onderweg naar Kinsale en Charles Fort nog even tanken en wat boodschappen doen.
We rijden door de smalle straatjes van het charmante havenstadje Kinsale met zijn gekleurde huisjes en vissersbootjes. Al snel komt het indrukwekkende Charles Fort in zicht. Ook hier ontvouwen eeuwen geschiedenis zich voor onze ogen. Van de bouw in de 16de eeuw over de eerste wereldoorlog en de Ierse onafhanjkelijkheidstijd tot en met de hippiekolonie in de jaren 1960 : deze vesting was er allemaal bij betrokken.
We vinden het vreemd dat ook deze gids zich weer verontschuldigd voor het regenachtige weer...alsof hij het kan helpen en wij het niet verwacht hadden...
Na een laatste blik op Kinsale trekken we richting de Stone Circle van Drombeg. Onderweg komen we andere schilderachtige havenstadjes als Timoleague en Clonakilty tegen. Alles ademt hier zee en even denken we dat de Baai van de Somme zich verenigd heeft met de Belgische Ardennen.
I
n Drombeg leid een piepsmal wegeltje naar de stone circle en de hutten. Zeventien stenen staan hier nog overeind volgens een eeuwenoud bouwprncipe, netjes gericht naar de zonnestanden van 21juni en 21 december...
Eén van de hutten vlakbij heeft een kookput met een bron. Hier werd de methode met de verwarmde stenen gebruikt om het water te laten koken. Op die manier werd een varken of een lam gekookt.
Mizen Head halen we niet en we besluiten rechtstreeks door te rijden naar Bantry en Bantry House.
We worden ontvangen door de Lady of the House. De gelijkvloerse verdieping en een deel van de eerste verdieping zijn opengesteld voor het publiek. Hier hangen prachtige gobelins, staan eeuwenoude meubels en allerlei curiosa. Dit moet fortuinen waard zijn. Edoch, het is niet al goud dat schittert en wanneer we even met Mylady praten klaagt deze dat het kasteel en de tuinen erg moeilijk te financieren zijn. We kunnen er ons iets bij voorstellen.
We beklimmen aansluitend de 100 treden achteraan en krijgen vandaar een prachtig zicht op Bantry House en Bantry Baai.
Volgens Iers gebruik blijkt het om 17u15 te laat te zijn om nog Scones te nuttigen in het cafetaria dat voor onze neus de deuren sluit. Tja, ze willen hier niks verdienen....
We rijden dan maar door naar onze camping voor vandaag : Eagle Point in Ballylickey.
Dit is een schitterend gelegen grote 4* camping. Ze ligt op een eigen schiereiland en het zicht op de baai is overdonderend mooi. Er zijn een vijftiental plaatsen speciaal voor motor vans, maar je kan ook op andere plaatsen staan. De plaatsen voor motorvans op veld B zijn het mooist (wij stonden op F).
Het duurt niet lang of het begint weer te stortregenen. Niet getreurd, het uitzicht op de baai vanaan de camper en vanonder de luifel is er niet lelijker om.
We eten Irish beef, wandelen nog tot het uiteinde van het schiereiland, plannen onze trip naar de Ring of Kerry van morgen en kruipen onder de wol. Hopelijk morgenochtend zon.....
Vandaag gereden ; 157km
Totaal : 1140km
33,5€ camping
Woensdag 14 juli 2010
Regen. Dat is wat we horen bij het opstaan. Niet zomaar regen maar stortregen. Jammer want zo verlaten we deze prachtige camping en streek toch wat in mineur. Op de koop toe heeft Internet Everywhere het gisteren opgegeven. Ik zou geen krediet meer hebben. Volstrekt onmogelijk. Een uur telefoneren met Mobistar brengt me niet verder dan een bevestiging dat ik nog krediet heb. Voor de rest wordt ik van het kastje naar de wand gestuurd. Moegetergd stuur ik ons huis de Ring of Kerry op. Maar eerst moeten we nog de Caha-Pas tussen Glengariff en Kenmare nog kruisen. Indrukwekkende bergtoppen en smalle wegen rollen aan ons voorbij. En we beginnen aan de N70 ofte "The Ring of Kerry". De eerste paar tientallen kilometer tot Sneem zijn niet veel bijzonders. We stoppen even in Sneem maar hier valt niet veel te beleven. We laten ons bedotten bij de plaatselijke kruidenier en betalen koffie, thee, een paar stukken kaas en wat brood veel te duur. Later zal blijken dat de sjofele winkelier ook nog een stuk kaas heeft "vergeten" mee te geven. De plaatselijke slager daarentegen is een bezienswaardigheid op zich. De twee zonen des huizes kwijten zich met ijver van hun taak en in de etalage ligt enkel dagvers geslacht vlees én...black pudding. Wat doet pudding in godsnaam in een beenhouwerij vragen we ons af. Het blijkt om een soort bloedworst te gaan die typisch bij het Irish breakfast gegeten wordt. Dat moeten we één dezer uitproberen !
Onze tocht gaat verder en bij Castle Cove slaan we de weg naar Sleague in, waar een Round Castle is. De weg blijkt een wegeltje dat op een aantal plaatsen zelfs te smal is voor de camper. Terugdraaien kan echter niet en we moeten de volle vier kilometer volmaken. Gelukkig blijken de Ierse chauffeurs zeer hoffelijk te zijn.
Het Round Castle is in ieder geval de moeite. Het landschap is adembenemend en we kunnen ons een goed idee vormen hoe de Clanchief en zijn familie hier geleefd hebben 2000 jaar geleden.
De vier kilometer terug verlopen even moeilijk als op de heenweg. We hopen maar dat er niet te veel krassen in de camper zijn...
Wat nu volgt is wat mij betreft het mooiste stukje van de Ring. Tussen Castle Cove en Waterville zijn er om de vijfhonderd meter weer nieuwe en adembenemende uitzichtspunten. In de verte zien we ook de misterieuze Skelligs opduiken uit de mist. Het weer is immers nog altijd slecht. Hier en daar komt een spatje zon tevoorschijn en aan de andere kant van het panorama is het haast donker van de donderwolken...Het Ierse landschap op zijn best. De Ring met zonneschijn zou niet hetzelfde zijn...
I
n Waterville aan de Ballinskelligsbaai laten we ons verleiden door de Engelse "lekkernij" Fish and Chips. Het smaakt. Misschien proefde Charlie Chaplin die hier vaak met vakantie kwam ook wel van dit lekkers...
We verlaten Waterville met een schitterend zicht op de baai en Bolus Head. Nog wat verderop krijgen we vanuit de hoogte een mooi zicht op het Leacanabuaile Stone Fort. Onze vorige ervaring met een Stone Fort indachtig besluiten we het bij dit zicht uit de hoogte te houden. Ook Valencia eiland, het meest Westelijk gelegen bewoonde deeltje van Europa laten we letterlijk links liggen.
Nog wat verderop heeft Kells zich prachtig genesteld aan een eigen kleine baai in de enorme Dingle Bay. Uit de mist doemt het Dingle Peninsula op. We zijn nu begonnen aan het laatste deel van de ring en rijden langs Glenbeigh naar Killarney waar we op zoek gaan naar een camping. Na Eagle Point kan een camping in de stad enkel tegenvallen. En dat blijkt te kloppen. Achtereenvolgens Beach Grove, Fossa en White kunnen niet op onze gratie rekenen. Uiteindelijk landen we op Killarney Flesk Caravan Park, aan de N71. De rekening is gepeperd : 48€. Maar goed, het is nog behoorlijk vroeg en deze camping ligt niet ver van het centrum van Killarney. Dus rekenen we erop om straks nog een uitje te doen. Maar...Murphy is ongenadig.
Het is nog steeds aan het miezeren en ik moet de motorhome even verzetten om de luifel uit te rollen. Ingrid staat op wacht maar blijkbaar stuur ik té snel té bruusk en ik ruk onze electriciteitskabel uit.
Niet dat we het meteen doorhadden. Dat kwam maar toen we na pogingen om op drie plaatsen electriciteit te nemen van stroom verstoken bleven. Het herstellen van de kabel kost een half uurtje. Niet erg, maar ondertussen is het beginnen te stortregenen. Van een wandeling naar het stadje komt dus niets in huis.
De deze ochtend gekochte pies en kaas bieden enige troost. Het blijft maar stortregenen, er is geen satelietontvangst dus geen TV en internet is zoals reeds gezegd ook out of order. Het eten is dus wel troost maar dan een schrale. Ondanks de mooie landschappen zou een mens van minder mistroostig worden.
Vandaag gereden ; 196km (54868)
Totaal :1336 km
48€ camping
Donderdag 15 juli
De jongens zijn blij. We blijven in de buurt van Killarney en dus kan er uitgeslapen worden. We nuttigen een originele versie van het Iers ontbijt, mét Black pudding, bonen in tomatensaus en worstjes en daarna is het een drietal kilometer rijden richting stad voor een bezoek aan Ross Castle, aan Lough
Leane in het Killarney National Park. Het werd gebouwd eind 15de eeuw en de afgelopen jaren grondig gerestaureerd. We leren waar de uitdrukking de kaars aan beide kanten opbranden vandaan komt en ook waarom je in het Engels naar de garderobe vraagt en niet naar het toilet. Overal rijden koetsen en er zijn ook bootjes te huur. Wie het groter ziet gaat met één van de toeristenboten in zee voor een tochtje naar Innisfallen Island.
Wij houden het bij onze motorhome en rijden terug een zestal kilometer weg van de stad voor een bezoek aan Muckross House. Het huis werd gebouwd tussen 1839 en 1843. Het werd gebouwd voor de familie Herbert die er in 1861 Queen Victoria en vier van haar kinderen ontvingen. Zes jaar lang hadden ze het huis en de tuinen verbouwd ter voorbereiding van de komst van de Koningin en met de hoop op een daaropvolgende verheffing in de adelstand. Jammer genoeg overleed de echtgenoot van Queen Victoria een paar maanden na het bezoek aan Muckross House en met de rouw geraakten ook het bezoek en de onuitgesproken verwachting van de Herbert familie in het vergeetboek.
Ze werden dus nooit Lord en Lady en moesten een paar jaar later het huis zelfs verkopen omdat ze bankroet waren. Daarna kwam het achtereenvolgens in handen van Lord en Lady Ardilaun die er nooit zelf woonden en het huis later verkochten aan een rijke Amerikaanse familie die het kocht voor het huwelijk van hun dochter met een Ierse edelman. Toen de dochter een twintigtal jaar later overleed, lieten zij het huis en de duizenden hectaren land over aan de Ierse Natie en zo was het eerste Ierse Nationale Park een feit.
Het interieur is bijzonder indrukwekkend. Alleen al het behangpapier en de jachttrofeeën zijn het bezoek waard.
En je krijgt ook een zeer goed idee over de gang van zaken bij een rijke vooraanstaande familie. Het contrast van de vertrekken "upstairs" met deze "donwstairs" is bijzonder groot.
Grappig zijn de tientallen klokjes in de dienstgang, eentje voor elke kamer van het huis en allen met -voor de herkenbaarheid- een andere toon.
Na zoveel geschiedenis voor de geest moet het lichaam getraind worden en we gaan op pad naar de Torc waterval in het nationaal park.
Een wandeling van een viertal kilometer waar wij er nog een viertal aan toevoegen met een tocht hoog en droog boven de waterval. De waterval is niet spectaculair maar de wandeling doet goed en onderweg krijg je ook een goed zicht op de meren van Killarney.
Ons plan is om nog naar Lady's View door te rijden, maar daar steekt een loebas zijn pootje voor.
Op de terugweg van onze wandeling komen we een Golden Retriever tegen. Het beest is overduidelijk uitgeput, vuil en heel hard op zoek naar iemand die hem onder zijn hoede wil nemen. We moeten maar één keer "come" zeggen en hij waggelt zo goed en zo kwaad hij kan, vermoeid als hij is, met ons mee. Hij wijkt niet meer van onze zijde en we besluiten om raad te gaan vragen bij de parkreceptie. Het meisje is meteen vertederd door de hondstrouwe blik van onze viervoetige vriend die zich meteen aan onze voeten neerlegt. Zij weet ook niet goed wat doen en belt een andere receptie waar men haar zegt dat ze de Rangers zullen bellen. Wij nemen aan dat hiermee de dierenbescherming wordt bedoeld. We wachten een tiental minuten en vragen of we misschien niet beter al naar de andere receptie zouden gaan. Lijkt een goed idee, de andere receptie blijkt die van Muckross House te zijn. Loebas sleept zich gedwee samen met ons naar daar.
Tot onze grote verbazing beweren twee stuurse receptionistenunctionarissen van niets te weten en ze proberen ons zelfs wijs te maken dat ze geen telefoon hebben en dus ook geen telefoontje hebben gekregen. Na behoorlijk aandringen en nog meer norse blikken zijn de twee pennelikkers toch bereid om poolshoogte te gaan nemen bij wat wij aannemen de verantwoordelijke is. Die blijkt wel een telefoontje te hebben gekregen en inderdaad met de Rangers te hebben gebeld die haar hebben geantwoord dat ze het beest best terug kan los laten.
Dat lijkt ons, gezien de staat van uitputting van het beest en het feit dat het duidelijk om een verloren hond gaat die gewoon is aan mensen absoluut geen goed idee. Na lang over en weer onderhandelen en dreigen komen we uiteindelijk via de lokale dierenarts bij een dame terecht van de dierenbescherming uit Tralee. Deze regelt met de dierenarts dat Loebas daar een nachtje kan blijven en de volgende dag zal zij zich over het dier ontfermen. Wij moeten Loebas wel naar de dierenarts in Killarney brengen. Zo gezegd, zo gedaan en daar aangekomen gaat Loebas met een dankbare blik meteen in een kooi op een dekentje liggen om daar te beginnen aan een lange rust in een veilige en warme omgeving. We geven ons telefoonnummer en email en hopen ooit te vernemen dat hij uiteindelijk terug goed is terecht gekomen.
Ondertussen is het al na zessen en we besluiten een tweede nachtje in Killarney te overnachten. De afhaalchinees van om de hoek is een welkom alternatief na deze dag met een verrassend verloop. Ik maak nog uitgebreid met kennis met de uiterst sympathieke Keith Lyndsay, een ex-legerofficier die deelnam aan Desert Storm en instructeur was in het Leger des Heils en ruim na twaalven kruip ik onder de wol.
Vandaag gereden : 25km, totaal 1361km
Vrijdag 16 juli 2010
We hadden gisteren al besloten dat we vandaag het roadbook niet zouden volgen. Het diner in Bunratty Castle dat oorspronkelijk voorzien was hoefde niet zo perse en we hadden zoveel goeds gehoord van het Dingle schiereiland dat we besloten om dit te verkennen.
Op pad dus naar de Slieve Mountains, de toegangspoort tot Dingle. Meteen worden we verrast door de prachtige landschappen. Inch Beach is kilometerslang en moedige jongeren leren hier surfen, ondanks de mist, de regen en de laaghangende wolken. De kleurrijke bussen van de surfscholen staan op het strand geparkeerd. Dit was ook één van de lokaties waar de bekende film Ryans Daughter werd opgenomen.
Via Inch gaat het verder naar Dingle. Een oninteressant toeristenstadje, maar de échte toegangspoort tot het schiereiland dat zijn naam draagt.
De plaatselijke dolfijn laat zich niet zien en algauw gaat het, na een passage bij de Subway, verder naar het Dunbeg fort aan de rand van een klif bij Dingle Bay. 12€, ondanks vermelding in het OPC-boekje en dit voor een feitelijk oninteressant fort van dertien in een dozijn. Enkel de lokatie is weerom schitterend !
Nog wat verder komen we de "beehive"-hutten tegen die inderdaad tweeduizend jaar geleden door de lokale boeren werden gebouwd in de vorm van een bijenkort. Ook hier weer : 8€...
Via het onbeschrijflijk mooie decor van Slea Head, de uiterste punt van Mount Eagle, komen we bij het bezoekerscentrum van de Blasket Islands. Deze eilanden liggen voor Slea Head en vormden tot in de jaren 1950 een bijzonder geïsoleerde gemeenschap met een eigen taal die enkel mondeling werd overgedragen. Het bezoekerscentrum is een waardig eerbetoon aan de geharde bewoners die uiteindelijk toch de zware leefomstandigheden moesten achterlaten voor een bestaan op het vasteland.
Het gaat verder naar het Gallarus Oratory, een vroegchristelijke kerk in de vorm van een schip. Ook hier, ondanks vermelding in de OPC-gids, niks gratis. Betalen...8 €.
Het kerkje is interessant als merkwaardig bouwsel, meer ook niet.
Het is tijd om de finale vijftig kilometer aan te vatten tot Tralee. Ik ben behoorlijk vermoeid wanneer we bij Woodlands Caravaning aankomen. Dit is een zeer mooie camping met ruime plaatsen van Iersgroen gras en een uitermate open karakter. Ze ligt op een steenworp afstand van de Aquadome en een bioscoopcomplex. De jongens besluiten meteen om vanavond naar de film te gaan.
Ingrid en ik trekken na het eten naar de Greyhoundracebaan. We beleven er de unieke sfeer van de races en zien plaatselijke bourgeois in de VIP-tribune zich vergapen aan de hazewinden in de race en de décolletés van de plaatselijke schonen. We beginnen het spelletje een beetje te begrijpen en ik voorspel zelfs een overwinning juist. Ingrid wou echter niet gokken en dus lopen we een woekerwinst mis :-)
Rond elven zijn we terug in de motorhome. Hoog tijd om in ons bedje te kruipen na deze vermoeiende dag.
Gereden : 166, totaal 1527km
Totaal : 55059
30€ camping
Zaterdag 17 juli 2010
In plaats van de rondrit langs Adare en Limerick die in het roadbook voorzien was, maken we vandaag een verbindinsrit via de veerboot over de Shannonrivier in Tarbert naar Doolin, bij de Cliffs of Moher. De rit naar Tarbert loopt door een oninteressante streek. Tijdens de korte vaart zien we dolfijnen surfen op de golven van deze immens brede rivier. Onze motorhome is net zoals de eerste dag in goed gezelschap, deze keer van een oldtimer Rolls Royce. We zijden County Clare binnen en langs de R473 komen we via Killrush in het zeer mooie en Brirs aandoende badstadje Kilkee aan de Moore Bay. Wat ons meteen opvalt is dat alle parkings hier voorzien zijn van hoogtebeperkers. Niks wild overnachten hier in County Clare. Net voorbij Quilty beginnen onze magen te knorren. We gaan op zoek naar de parking bij Spanish Point, maar ook hier : hoogtebeperkers. Zelfs lunchen mag je hier niet in een camper. We parkeren ons dan maar aan de overkant langs de niet zo drukke baan. Haggs Head, het begin van de Cliffs of Moher is in zicht !
Langsheen de kleine badstadjes rijdend valt het op hoe toeristisch en druk het hier is in vergelijking met Kerry. Bij sommige campings staan de caravans zelfs tot op de parking. Buiten de baaien en de stranden heeft het landschap nochtans niet veel te bieden.
We vrezen een beetje voor een plaatsje op de Nagles camping in Doolin waar wij de nacht willen doorbrengen en rijden dus de parking van de Cliffs voorbij. By Jove, honderden auto's staan er op deze parking en er zijn honderden mensen die trappen oplopen, op weg naar de Cliffs zelf.
Eenmaal in Doolin vinden we vlot onze camping. Deze ligt inderdaad mooi bij de veerpont naar de Arran Eilanden. Er zijn nog ruim plaatsen genoeg voorhanden. Toch betalen we al maar voor één nacht en we zetten onze 5L fles en een parkeerblok op ons plaatsje met zicht op de kliffen. Even dachten we eraan om tot daar te wandelen, maar de naderende onweerswolken brengen ons op andere gedachten. We boeken ook nog een boottochtje naar de Cliffs voor morgenochtend en begeven ons terug op pad met de motorhome.
Acht Euro kost het gebruik van de parking van de Cliffs of Moher. Officieel betaal je voor alle installaties, maar we vragen ons af wat deze dan wel mogen inhouden.
Buiten souvenirswinkeltjes en een restaurant is er hier weinig van installaties te merken.
Gelukkig maakt de blik op de Cliffs veel goed. De foto's blijken te kloppen. Toch deze waarop geen sprankeltje zonneschijn te zien is. Want het is inderdaad opnieuw beginnen te regenen. We wandelen tot bij O'Briens Tower. Ook die kan je moeilijk tot de "installaties" rekenen want hij staat er al 175jaar. En daarenboven moet je ook nog eens 2€ pp extra ophoesten indien je 5m hogerop wil klimmen, bovenop de toren. Enfin, het zijn mooie foto's en prentjes voor later in het fotoboek.
We wandelen algauw terug naar de camper. Bij het wegrijden maakt mijn nieuwe digitale reflexcamera een tuimeling. Later zal blijken dat het objectief een knauw heeft gekregen. Ach, naast de TV die niet werkt, het internet dat onterecht geblokkeerd werd en mijn uurwerk dat stuk is kan dat er ook nog wel bij.
Ondertussen is het bijna 21.00u. Over een halfuurtje begint een optreden in de beroemdste pub van Ierland (buiten Dublin) : O'Connels in Doolin, zo'n 500m verderop. Al van thuis had ik afgesproken met Maarten dat we Guinness zouden gaan drinken onder mannen en deze namiddag had ik het er ook nog even over. Er wordt echter met geen woord meer over gerept en ik vertrek dan maar met Ingrid voor de wandeling van 500m. Na 50m zijn we al drijfnat, maar we zetten door. Het is ei-en eivol bij O'Connels waar drie oude mannen deuntjes zitten te spelen zonder enige interactie met het publiek. Al duwend en trekkend maken we onze pint of Guinness leeg. De sfeer is al even naargeestig als het weer en dus haasten we ons al snel door storm en regen weer terug naar de camper. We zijn nu dubbeldrijfnat.
De camper schommelt op het geluid van de windstoten. Iedereen kruipt onder de wol maar om één of andere reden wacht ik nog even. Dat blijkt een goed idee want een paar minuten later waait onze verduisteringsmat weg. Ik haast me in mijn pyjamabroek naar buiten en probeer te redden wat er te redden valt. De ducktape vermag echter niets tegen de storm en ik moet alles zo goed en zo kwaad en zo intact als kan binnenkrijgen. Voor de derde keer vandaag ben ik drijfnat, maar gelukkig had ik niet veel aan.
Ingrid en de jongens merken er allemaal niks van en slapen de slaap der gelukzaligen.
gereden vandaag : 165km (55224)
Totaal : 1692km
33€ camping,
Zondag 18 juli
We slapen uit want we moeten pas om 10u30 de boot op om de Cliffs vanop zee te bekijken. Gelukkig is de storm gaan
liggen maar de onweerswolken zijn toch dichtbij. De Jack O ligt inderdaad op ons te wachten. De zee ziet er onder het wolkendek rustig uit en de Jack neemt de golven met gemak.
Het is een mooie tocht naar de pinacle net voor de toren hoog bovenop de kliffen. We kunnen binnenkijken in de nesten van de kolonie zeevogels die zich hier heeft gevestigd. Al te snel is het weer tijd om terug te keren.
Na een uurtje varen zijn we terug in de haven. Amper vijfhonderd meter wacht ons huisje op de camping.
Na de lunch vertrekken we voor een rondje " The Burren".

Eigenlijk zijn de Cliffs of Moher de uitloper in zee van een ruig kalksteenplateau, de Burren genaamd. We nemen de R477 langsheen de Galway baai en zien al meteen de ruwe rotsen die verderop naar Black Head toe in zee uitlopen. Net voor het zwarte hoofd in Murrogh is er dan weer een mooi zandstrand. We passeren de kaap en rijden langs de Ballyvaghan baai naar het gelijknamige stadje. Daar is er een tentoonstelling van lokale kunstenaars waar we even halt houden. Zo lokaal blijken ze niet te zijn want we ontmoeten er 2 Duitse dames en kopen niets.
We slaan de R480 in en rijden verder door het ruige Burren landschap, voorbij Aillwee Cave naar Glenisheen en de Poulnabrone Dolmen.
Glenisheen staat niet aangeduid en voor we het weten zijn we bij de 3000 jaar oude Poulnabrone Dolmen die we, door het grote parkeerterrein, niet kunnen missen.
De dolmen is (veel) kleiner dan ik dacht maar toch imposant omdat hij midden in een desolaat landschap is ingeplant. Ik slaag er moeiteloos in om hem op mijn foto's veel groter te laten uitschijnen.
Even verderop ligt het Caherconnell Stone Fort. Ook daar kan je niet naast kijken want de tien meter hoge vlaggenmasten wapperen je tegemoet. Deze attractie wordt met veel toeters en bellen aangekondigd en...blijkt dus inderdaad een toeristenval te zijn. OK : er staat nog heel wat van het fort overeind en je kan je ook hier een beeld vormen van hoe het leven er moet geweest zijn, maar trop is teveel : om je de, overduidelijk met witte verf genummerde attracties in het fort te kunnen inbeelden moet je op een "artists impression" kijken die je met de inkomprijs van 12€ meekreeg. Even verderop zou er nog een stone fort zijn, maar we laten dit voor wat het is : stones from the past.
Via de ruïne vanLeemaneh Castle rijden we door Lisdoonvarna. De naam zegt u misschien niet veel, maar vrijgezellen horen hem in hun boekje te schrijven : ieder jaar gedurende de hele maand september vindt hier immers de grootste bachelorparty van de wereld plaats. Duizenden vrijgezellen uit de hele wereld, op zoek naar de ware, ontmoeten mekaar hier ergens ten velde.
Algauw zijn we terug aan de Nagles camping in Doolin.
De zon is af en toe van de partij doorheen de loodgrijze wolken. Ingrid en ik wandelen naar de haven en komen tot onze verbazing in een echt Burrenlandschap terecht. De zee heeft hier de kalksteenrotsen uitgeslepen en grillig gevormd. De blik op de Cliffs van Moher is van hier uit zo mogelijk nog imposanter.
achter de hoek ligt onze eigenste Cliff en terzelfdertijd versie van de Giants Causeway. De golven spatten hier met brute kracht omhoog in fonteinen van tientallen meters hoog. Een regenboog verschijnt en rond 22u00 gaat de zon spectaculair onder in een roosgrijze gloed. In de verte steekt de vuurtoren van één van de Arran eilanden zijn kaarsen aan. Dit is Ierland op zijn best.
Vandaag gereden : 72 km
Totaal : 1764 km
33€ camping
Maandag 19 juli 2010
Slechts één programmapunt vandaag : Clonmacnoise, één van de driesterrenattracties. Dat betekent volgens de GPS toch 128km heenrijden en ongeveer 80 terug. De Ierse wegen indachtig laten we met enige weemoed Doolin en Nagles achter ons.
Voor we goed en wel op pad zijn gaat her alweer mis. De GPS slaat andermaal tilt en Ingrid heeft er geen flauw idee van waar we zijn. De indicaties van de richtingen brengen ons zoals gewoonlijk niet veel bij.
Op “vriendelijk” verzoek neemt Maarten het over. Het lukt ons om min of meer op de juiste weg te geraken tot er zoiets opduikt als de M6 (Motorway 6), een heuse autosnelweg !
Die gaat ofwel naar Dublin ofwel naar Galway, maar wij moeten geen van die richtingen uit. Maarten vermoed (achteraf terecht) dat we met richting Dublin wel goed zitten en ik sla af...
Na een tiental kilometer vinden we echter nog steeds geen enkele aanduiding die erop wijst dat we goed zitten.
Ik besluit dan maar terug te keren. Gelukkig vinden we snel de N6 (Nationale 6) en die brengt ons een 40km verder in Clonmacnoise. Parkeerplaats voor onze motorhomeplaats is er op de hopeloos kleine parking van de site niet. We vinden een plekje zo'n 500m verderop bij een klein lokaal kerkje. Hier mag je ongetwijfeld ook overnachten mocht je dat willen want de plaatselijke werkman en de passerende boer zwaaien ons vriendelijk toe wanneer we er ons middagmaal verorberen.
Clonmacnoise bezoeken we ook weer gratis dankzij onze OPW-kaart die we nu al dubbel en dik hebben terugverdiend. Dit religieus centrum werd gesticht in 545 NOT door de Heilige Ciaran en werd in de loop der eeuwen uitgebreid met een aantal kerken, en roundtowers. Het groeide uit tot een heuse welvarende stad, doch die welvaart leidde tot tientallen overvallen door achtereenvolgens Vikingen, Noormannen en Ierse legers.
Het bekendst zijn de de High Crossen en hét bekendste daarvan is het "Cross of the Scriptures". Het is vier meter hoog en toont afbeeldingen van de kruisiging van JC en het laatste oordeel. Het dateert van +- 900NOT. Het originele staat in het bezoekersmuseum en tussen de andere grafstenen staat een copy.
Minder bekend is dat ook de graven van de laatste Ierse koningen, de O'Connels, hier te vinden zijn, binnenin de Daimliag (kathedraal). Om die binnen te treden moet je voorbij een fluisterpoort, een prachtig stukje middeleeuws beeldhouwwerk.
Na een goed uurtje houden we het voor bekeken en vatten we de weg naar Galway aan. Gelukkig blijkt die veel sneller en korter vanwege de eerder ontmoette M6.
Tegen vijven draaien we onze camping Bay View in Galway (Sandhill) op. Dit is een piepkleine camping zonder zicht op de baai (dat was er ooit wel voor er huizen omheen de camping werden gebouwd). Er zijn nog een tweetal plaatsjes vrij en we kiezen er eentje. Gelukkig is er niets te horen van de drukke weg onderaan.
We nemen de 2W-bus even verderop om naar Galway te gaan. Een adresje dat ons werd aangeraden is "The Kings Head". We wachten er lang op Irish Tapa's en onze Ierse Stew, maar de Guinness is lekker en de muziek goed. Na het eten wandelen we nog door de drukke straatjes van Galway. Ingrid moet terecht denken aan de Rue des Bouchers in Brussel. Er zijn echter ook overal kanaaltjes die aan Brugge doen denken en de rivier de Corrib stort zich doorheen de stad.
De bus brengt ons probleemloos terug naar de camping en tegen elven wordt het echt donker.
Vandaag 255km
Totaal : 2019km
camping 30€
Dinsdag 20 juli
De kilometers gaan hard maar niet snel vooruit in Ierland. Vandaag zullen we er op het einde van de dag opnieuw 164km bijhebben op de teller.
Daarvoor nemen we de N59 die rechtstreeks van Galway naar Westport leidt. Of misschien moet het lijdt zijn, want net als gisteren stellen we vast dat zelfs de hoofdbanen zoals deze N in een werkelijk slechte staat zijn. Links zijn er vaak verzakkingen, in het midden zijn er putten of bobbels en rechts zijn er de hoogst vervelende reflectoren. De tweevaksbanen (dwz één baan op en één baan af) die de Ns zijn, zijn immers meestal net niet breed genoeg om met een motorhome op het rijvak te blijven zodat je alle reflectoren meepakt met de rechterwielen. Een ware martelgang voor banden en ophanging.

Maar goed het landschap flitst aan een gezapige gemiddelde snelheid van een kleine 50km aan ons voorbij. Rechts strekken de oevers van Lough Corrib zich uit en voor ons duiken algauw de stijle en kale bergtoppen van de 12 Bens op die hun schaduwen over de Connemara uitwerpen. Vanaf Maam Cross weerspiegelen ze zich in tientallen meren waarvan dankzij Michel Sardou zo ongeveer iedereen weet dat ze typisch zijn voor de Connemara. Wat mij evenwel onbekend was is het feit dat de Connemara aan de zee grenst. We nemen even voorbij Clifden de zogenaamde Sky Road die met een minuscuul bordje in een bocht staat aangeduid. De gemiddelde B&B is beter aangegeven.

Deze Sky Road die net berijdbaar is wanneer je hier al een tijdje rondrijdt met een motorhome. Hij slingert langs een baai met een heel moeilijke naam zo'n 10km omhoog tot de top bij Eyrephort, vanwaar je vanop een kleine parkeerplaats een fenomenaal zicht krijgt op de baai van Sligo. Dit is een onwerkelijk mooi landschap van een landtong die tot ver in zee reikt en tientallen eilandjes errond.
We eten hier onze boterhammetjes terwijl we genieten van de zeelucht, gemengd met een turfgeur van de omliggende venen. We denken nu de lower Sky Road te nemen maar dat blijkt niet te kunnen. Er is immers in een smal deel van de weg plots een bocht van 180° net voorbij het kasteel van Clifden, en die bocht valt met de camper onmogelijk te draaien. Rechtdoor dan maar en na een kleine 3km krijgen we een mooi zicht op de kerktorens van Clifden met daarachter de 12 Bens en een dreigende lucht. Meer dan dreigen doet hij niet want we kregen nog geen druppel regen !
We nemen opnieuw de N59 en rijden een 15km tot aan het Connemara National Park. Daar wacht ons een (gratis) informatiecentrum met uitleg over het ontstaan van het veenlandschap en het winnen van turf. We kunnen er ook even de oudste eiken stronk van Ierland aanraken (8000jaar oud en morsdood).
Er vertrekken 3 wandelingen vanuit het bezoekerscentrum. De rode gaat naar de top van één van de Bens die in het Nationaal Park ligt. Bergop dus, maar dat geldt ook voor de blauwe en de gele wandeling. Onze ambitie was rood maar het wordt blauw. In de verte ligt Letterfrack aan het water en overal om ons heen zijn de Bens. Onder onze voeten voelen we gelukkig het verharde wandelpad dat aangelegd is tussen de verraderlijke venen.
Een paar kilometer verder ligt het 19de eeuwse landhuis Kylemore Abbey. We dachten hier een blitsbezoek te brengen maar dat loopt even anders. De bescheiden woning ligt in een adembenemend landschap. Sinds 1920 en tot voor een maand hielden Ieperse Benedictijntjes hier een kostschool open voor meisjes uit de Upper Upper Class. Niet rendabel meer door de crisis en eind juni, nog geen maand geleden dus, sloot de exclusieve kostschool voorgoed de deuren. De deuren van de benedenvertrekken staan echter nog wijd open en we stellen vast dat het hier goed toeven moet geweest zijn aan de oevers van een mooi meer.
Wat verderop bewonderen we de gotische kapel van het domein. Hier is niet op een centje gekeken, ook niet bij de recente restauratie. En in de schaduw van de kapel liggen, als dank voor een leven vol devotie, de overleden Benedictijnernonnen begraven in een kiezelveld met op hun dode buik een eenvoudige steen met hun kloosternaam.
We weten dat er ook nog een omwalde tuin is op het domein, doch de tijd dringt en we hebben geen zin om de 1,5km tocht te maken. Wanneer we willen buitengaan komt er echter plots een shuttlebus voorgereden. We kunnen niet aan de verleiding weerstaan en maken er gebruik van.
De Victoriaanse tuin is prachtig. Honderden soorten bloemen en planten zijn of keurig in een rijtje gehouden of professioneel als een wilde tuin aangelegd (en dat is geen contradiction in terminis).
Ondertussen is het echter al zes uur en we moeten nog een goede 50km (dus één uur) rijden tot Westport. Dat lukt met de nodige bulten en bijhorende bonken. Maar het landschap van Ierlands enige fjord, de Killary Harbour bij Leenaun maakt veel goed.
In de verte zien we Croagh Patrick, de heilige berg van Ierland. Patrick moet een slechte bui hebben want een enorme donderwolk hangt tot in de helft van zijn flanken en bedekt dus zijn volledige kruin.
Eenmaal in Westport vinden we vrij makkelijk het Westport House. Andermaal een kasteeldomein met een prachtig huis. Alles is hier echter afgestemd op het laten rollen van geld. Er is een attractiepark en er moet voor alles maar dan ook voor alles betaald worden. Zelfs voor het gebruik van de pingpongtafels. Vier € voor een half uurtje is toch wel stevig. De prijs van de camping is hiermee vergeleken nog redelijk : 37€. We nemen één van de allerlaatste plaatsen in. Onze electriciteitspaal is wel al in gebruik, maar dat vinden we niet zo erg.
Het sanitair is zeer goed, de camping hutje mutje maar toch wel OK voor een nacht. Naar het schijnt is Westport de moeite van een bezoek waard, maar wij zijn moe. Ingrid kookt nog een complete maaltijd bij mekaar en daarna is het onder de luifel genieten van de hevige regenbui die een half uurtje aanhoudt.
Vandaag gereden ; 164km
Totaal : 2183km
37€ camping
Woensdag 21 juli
Traditiegetrouw regent het in België pijpestelen op de nationale feestdag. Benieuwd hoe die dag wordt in Ierland...
Het begint in Westport niet slecht met een waterzonnetje dat doorheen het grijs priemt. Rond de klok van tien rijden we van de camping af, op weg naar Ceide Fields en Carrowmore Megalithic Center bij Sligo.
We zijn nog geen 20km verder en de hemel opent zich. Niet om plaats te maken voor de zon, maar om hectoliters water over ons uit te storten. We rijden Clew Bay met de honderden eilandjes voorbij en zien er doorheen de wolken geen enkel van. Wat verder volgen de woeste boglands ofte veenlandschappen. Het doet ons hier inderdaad aan de Hoge Venen denken, maar dan wel op de dag van een inferno. De volledige bergketens zitten in het donkergrijs en zelfs de hier en daar opduikende meren worden gegeseld door de laagste wolken. Even voor Ceide Fields bereiken we opnieuw de Atlantische kust. Hevige windstoten doen hun best om de motorhome op het rechterbaanvak te duwen.
A
angekomen bij Ceíde Fields blijken de geleide bezoekern gewoon afgelast. Niet dat de functionarissen achter de balie zich daar iets van aantrekken.
OPW is een staatsinstelling weet je wel, en wie doet ons wat ? Dan maar een bezoek aan het museum in het architecturaal-technisch knappe gebouw dat echter even goed op zijn plaats is in het landschap als een parelmoeren kroon op het hoofd van een varken.
De tentoonstelling over de boglands stelt niets voor, het filmpje is gewoon een promotie voor de regio. Maarten en ik wagen ons even buiten, zien wat stenen muurtjes, lopen nog even naar het uitzichtspunt over de kliffen. Maarten en ik stellen vast dat het in Ierland ook horizontaal én van onder naar boven kan regenen... Voor we wegwaaien haasten we ons naar de camper. Tijdens het middagmaal hopen we op beterschap.
Misschien komt die er wel in de buurt van Sligo waar we nog een bezoek gepland hebben aan Carrowmore, de grootste Megalithische site van Ierland.
Ruim 60 grafmonumenten liggen hier bij mekaar.Er zijn er nog een dertigtal te zien in een wijds graslandschap dat....nog steeds geteisterd wordt door stortregens en stormwind.
Tegen 17u30 zijn we op onze camping in Rosses Point bij Sligo waar we een plaatsje vinden met de snoet in de wind en zicht op de woeste zee. De eigenaars van de camping verontschuldigen zich voor het weer en geven als goedmakertje 4 gratis douchejetons. Als zelfs de Ieren zich al schuldig voelen voor het rotweer...
Er wacht ons een avondje motorhome, want ondertussen is de hevigheid van regen en wind na negen uur nog steeds niet geminderd. Hopelijk worden we vannacht in slaap gewiegd en rollen we niet uit ons bed.
Vandaag gereden : 214km, totaal 2397km
26€ camping
Donderdag 22 juli 2010
Tot 0500u s'ochtends hield de storm het vol. Toen werd het eindelijk stil. Bij het ontwaken straalde het zonnetje ons tot onze grote verbazing tegemoet. Een mens kreeg zowaar nieuwe moed !
Lozen, water vullen en op weg. Naar Derry of Londonderry, afhankelijk of je een Iers katholiek of protestants bent. De wegen hier in het Noorden zijn verrassend goed. Allemaal vernieuwd of nieuw aangelegd met...financiële hulp van Europa. Maar we halen dus een goede gemiddelde snelheid. Tegen de middag bereiken we deze stad. Niet de grauwe industriestad met arbeiderswijken die we ons voorstellen, maar een moderne stad met veel groenvoorzieningen, hoofdzakelijk nette huizenrijen en...de nodige parkeerproblemen. Pas een kilometer buiten het centrum vinden we een plaatsje. We stappen naar het Toerismebureau waar ontzettend veel informatie te verkrijgen is. Om twee uur gaat er een geleide stadswandeling door en dat is wat we zochten.
Er is nog net tijd voor een lunch. Die kost ons voor 2x zalm, 1xkip en 1x burger + toebehoren 36€, eigenlijk spotgoedkoop, zeker gezien de kwaliteit en de service.
We komen pal om 13u50 aan bij het toerismebureau en een kleurrijke figuur die ons opwacht in korte broek en op sandalen blijkt onze gids te zijn.
We zullen hem Mac noemen, want zijn voornaam en de rest van zijn familienaam ben ik vergeten.
Mac neemt ons, grotendeels achteruit lopend, mee over de intacte oude stadswallen, op een verbale reis tussen de zesde eeuw met de stichting van een nederzetting, over de 17de eeuw met de belegeringen, de 18de en 19de eeuw met de hongersnood en de emigratie tot
de 20ste eeuw met de wereldoorlogen, de jaren 60, 70, 80 én 90 met onrusten, terroristische aanslagen, moordpartijen door het Engelse leger en meer van dat fraais. Triest hoogtepunt was ongetwijfeld bloody sunday in 1971, waarbij 14 onschuldigen bij een betoging werden doodgeschoten, vermoord, door het Britse leger. De bogside paintings zijn een pijnlijke herinnering hieraan.
We lopen ook voorbij het gerechtsgebouw dat liefst 12x werd opgeblazen bij één of andere aanslag. Ook al een triest rekord.
Pas sinds een paar jaar is het weer rustig in de stad. Er is een gezamenlijk bestuur, er zijn inspanningen van de zakenwereld en de VS hebben na 9/11 het terrorisme grotendeels buitenspel gezet, ook in Ierland. De overgebleven terroristen van beide kanten zijn gekend en geketend, al dan niet achter tralies.
De stad gokt nu volop op toeristisme. In 2013 wordt ze culturele hoofdstad van Europa.
Ons lijkt dit een beetje hooggegrepen. De muren zijn intact maar niet indrukwekkend. De bezienswaardigheden zijn niet echt fotogeniek en het is het tragische recente verleden wat de stad zijn belang geeft. Veel cultureels hebben wij niet ontdekt. De paar plaatselijke musea gaan ook allemaal over de troubles of over de ontdekking van een Spaans oorlogsschip in de Foyles baai. Niets hoog cultureels dus.
Enfin, het geeft hoop voor de toekomst.
Pas vorige maand heeft een rechtbank zich ook finaal uitgesproken over Bloody Sunday en de Britse premier heeft openlijk zijn verontschuldigingen aangeboden voor de moordpartij. Wanneer Mac hierover verteld en eraan toevoegt dat de moeder van één van de slachtoffers verklaard heeft dat zij hiermee genoegen neemt en dat de Britse premier welkom is om thee bij haar thuis te komen drinken, krijgt hij nog steeds de tranen in de ogen.
Nochtans vertelt de man drie keer per dag zijn verhaal.
Het toont aan hoe diep de wonden hier zijn. En toch laat Mac niet na herhaaldelijk zijn hoop voor de toekomst uit te spreken. We kunnen hem enkel helpen hopen.
We komen aan bij onze kleine camping voor vannacht : Foyleside bij Quigleys Point op amper een twintigtal km van Derry. En dus terug in de Republiek Ierland én dus betalen met Euro. Er zijn nog een paar plaatsjes. We zitten hier op 50m van de zee, maar het strand is niet echt uitnodigend vanwege uitgestorte betonbrokken en bouwafval. De jongens spelen een potje voetbal en wij genieten nog na van deze zonnige dag.
Vandaag gereden : 175km over goede wegen
Totaal : 2572km
23€ camping
Vrijdag 23 juli
We staan opnieuw op onder een stralend zonnetje. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar we zullen geen spatje regen krijgen vandaag !
Iemand op de camping had ons verteld dat er wat verderop in Greencastle een veerboot was naar de overkant, de Causeway Coast. Dat bespaart ons in ieder geval een rit van een kleine 100km rond Derry.
Inderdaad, rond de klok van tienen zijn we de eerste van een korte rij om de veerboot te nemen over Lough Foyle. Achter ons : de Republiek Ierland, voor ons : het Verenigd Koninkrijk, ofte "bezet" Ierland.
Het welkom aan de andere kant is nogal onprettig. Meteen bij aankomst staan overal borden die waarschuwen dat er aan weerskanten van de weg militair domein is en dat wie van de weg afgaat binnen schootsafstand is van de militaire basis.
Oeps....dat is toch even slikken. Hier kan je beter je bocht niet missen...
Het gouden Magilligan strand onderaan het militaire domein is nochtans schitterend én uitnodigend...
Al snel komen we aan bij de Mussenden Tempel, onze eerste stop van vandaag. We schrikken van de toegangsprijs. 20 Pound. Het zal wel de moeite zijn zeker ?
Op weg naar de tempel lopen we voorbij de imposante ruïnes van Downhill Demesne, het buitennissig verblijf van de Bisschop van Derry uit eind de 18de eeuw. Aan de landzijde lijkt dit een koninklijk paleis, gezien met de rug naar de zee, lijkt het op een middeleeuwse burcht. Het valt nauwelijks te begrijpen naar hedendaagse normen dat een bisschop een dergelijk privé-optrekje kon financieren. Inclusief het Mussenden tempeltje, dat volgens kwatongen diende voor de ontvangst van de maitresse van de Bisschop.
In werkelijkheid was het de bibliotheek van het Downhill kasteel en de erg open minded bisschop liet zelfs toe dat de lokale roomskatholieke priester er zijn missen opdroeg. In 1851 werd het kasteel grotendeels vernietigd door een brand.
De restanten zijn indrukwekkend, de tempel -groter dan gedacht- is een schitterend bouwwerk, op de rand van de klif en in een merkwaardige harmonie met de omgeving.
We wandelen nog verder over het domein langs de rand van de kliffen en hebben prachtige vergezichten op de verderop gelegen kliffen, stranden, dorpjes en...Schotland.
We vertrekken verder op onze ontdekkingstocht van de Causeway Cost en rijden voorbij een andere ruïne, deze van Dunluce Castle. Deze burcht werd tussen de 14de en 17de eeuw bewoond door de vooraanstaande MacDonell clan en ze blijft tot vandaag een imposante indruk geven, met de ligging op de punt van een vooruitstekende klif.
Nog een paar kilometer verderop komen we bij wat één van de hoogtepunten van deze reis moet worden en ook zal zijn : de Giants Causeway. Er is erg veel volk op de been en parkeren blijkt erg moeilijk. Het wordt zelfs filerijden om de parkeerplaats op te kunnen. Zoals zo vaak moeten we een plaatsje inpikken van een bus. Jammer toch dat er nergens maar dan ook nergens in Ierland parkeerplaatsen voorzien zijn voor campers.

Er was ons verteld dat het veld met vijfhoekige bazalten zuilen amper zo groot was als onze woonkamer. Onze verbazing was dan ook bijzonder groot toen we vaststellen dat de zuilen uitgespreid liggen over de oppervlakte van wel 2-3 voetbalvelden.

Misschien dat eb en vloed de indrukken sterk beïnvloeden.
In dat geval hebben wij geluk : het is eb en dit is inderdaad zeer indrukwekkend. We klauteren van zuil tot zuil en voor we het weten is anderhalf uur voorbij.
De hoogste tijd voor de volgende "klassiek" halte.
Dat wordt ofwel Bushmills, ofwel de Carrick A Rede Ropebridge. Het zonnetje schijnt nog steeds, dus besluiten we Bushmills en de schitterende White Bay voorbij te rijden naar de kermisattractie voor durvers.
Ook hier erg veel volk en parkeerproblemen. Na een wandeling van een goede kilometer komen we bij de rotspartij waar de touwbrug zo'n 30m boven de zee schommelt. Robin en ik gaan niet mee voor de laatste paar tientallen meters. Ik verkies op vinkenslag te gaan staan en de acrobatie van Ingrid en Maarten te observeren en voor het nageslacht vast te leggen.
Hun moed wordt beloond want aan de andere kant van het kleine eilandje zien ze nestelende meeuwen en...dolfijnen !
Tijd voor de laatste halte van vandaag : de Bushmills distilleerderij, op een paar honderd meter afstand van onze camping voor vannacht.
De whiskeyfabriek blijkt echter net gesloten. Op de parking maken we kennis met twee hoogbejaarde Ierse camperaars die juist buitenkomen. De distilleerderij blijkt ook écht gesloten voor onderhoudswerken deze maand. Zij spreken schande van het feit dat ze moesten betalen voor een rondleiding door een niet werkende fabriek. We blijven aan de praat, wisselen nog wat ditjes en datjes en we vertellen ze van onze plannen om morgen naar Belfast te gaan. Dat raden ze ons stellig af want er waren ook gisteren nog rellen wisten ze ons te vertellen.
Bon, we hebben geen zin om risico's te nemen, dus lasten we onze trip voor morgen naar Belfast af.
We rijden naar de voorziene camping in Bushmills en die blijkt helemaal volzet. Er zijn zelfs al campers en caravans die op de parking overnachten. De dame zit er mee dat we zover zijn gereden en belt de meest nabijgelegen camping : Bush zo'n 6km verderop. Die had ik ook op de lijst staan. Daar zijn nog wel een paar plaatsjes vrij. Het blijt een rustige camping met 46 hardstands, allerlei regeltjes en 2 douches per geslacht.
Merkwaardig genoeg zullen deze heel de tijd kraaknet blijken te blijven. We vermoeden dat de eigenares in de bezemkast logeert.
Ik heb geen zin en geen fut om een alternatief voor Belfast te bedenken en Ingrid vindt er geen.
We besluiten dan maar uit te slapen.
Vandaag gereden : 99km
Totaal : 2671km
Camping : 13€
Zaterdag 24 juli
Zogezegd, zo gedaan. Rond elf uur maak ik voor Robin en mezelf een zeeeeeer stevig Irish Breakfast klaar. Het is al tegen de middag wanneer we bij de Bushmills distilleerderij aankomen. We hebben besloten deze toch maar te bezoeken, plus : ik heb een paar vrienden beloofd om een fles mee te brengen.
De volgende tour start pas om 13u30, dus heb ik alle tijd om een aantal gepersonaliseerde flessen van de Special Blend te laten aanmaken voor de vrienden van de Relax Divers.
Veel heeft die toer inderdaad niet om het lijf. De fabriek is niet in werking, de distilleerzaal kan niet bezocht worden want er wordt een nieuwe kuip geplaatst en de studente/gidse is niet al te gemotiveerd. Aan het einde wacht het gebruikelijke glas whiskey en we kiezen zowel de traditionele Black Bush (8j) als de single malt (12j) en de blending ter gelegenheid van de 400 verjaardag (16j en 46°alcohol). Deze laatste valt het meest in de smaak. Niks geen vergelijkingsproef, diploma of enige animatie. Wel een mini-flesje Bushmills als compensatie omdat de distilleerderij dicht is.
De kost in het cafetaria is slechte refterkwaliteit. Gelukkig kost het allemaal niet te veel.
We rijden door maar niet naar Belfast. De wegen zijn hier uitstekend. Er is zelfs een heuse motorway, bijna tot aan de deur van onze camping in Kilroney. Die deur blijft echter gesloten want er zijn dorpsfeesten, een voetbaltornooi, een marathon... We worden op zijn Noordiers afgescheept. Ik kan het nauwelijks geloven want bij het binnenrijden zagen we een twintigtal campers en caravans bij mekaar staan op een reusachtig grasveld. Op mijn nors ongeloof reageert de man even nors dat dit een privé-initiatief is waar zij niks mee te maken hebben. Maar we mogen binnen een half uurtje terugkomen, dan zou hij misschien een oplossing bedacht hebben.
Tja, die oplossing kunnen we zelf ook wel bedenken en ik ga op zoek naar de organisator van dit privétreffen. Die tref ik snel aan en we vragen poeslief of we mogen aansluiten. Dat is geen probleem zegt de brave man. Hij vraagt wel half schertsend om 10 pond bij te dragen. Ik weet niet of hij het nu ernstig bedoelde of niet maar wat later breng ik hem die 10 pond en 2 Maeskes erbij + een campersite.be sticker. Het kan niet meer stuk nu !
We nemen ons plaatsje in op het immense grasveld in het immense prachtige park en bedenken dat we nog nooit zo mooi en goed gestaan hebben.
's Avonds gaan we nog naar het dorpsfeest waar de bevelen van de squaredansleider gezwind door jong en oud worden opgevolgd en ook Ingrid en ik wagen het erop met een Iers walsje.
Zo komt er een mooi einde aan een tussendoordagje.
Vandaag gereden : 171km
Totaal : 2842km
Zondag 25 juli
Vroeg opstaan vandaag want Newgrange ofte Bru Na Boine staat op het programma. En ik las dat er slechts een beperkt aantal bezoekers per dag toegelaten wordt + dat je best voor de bussen aankomt.
Even voor achten gaan we dan ook al op pad om pal om 09.00 aan te komen bij het Visitor Center. We zijn inderdaad bij de eersten maar de rondleiding voor 09u45 is toch al bijna uitverkocht.
Onze eerste rit gaat naar de graftombe van Knowth die enkel van buiten te bezoeken is. Dit maakt deze creatie die ruim voor de Egyptische pyramides werd gebouwd er niet minder spectaculair om.
De organisatie loopt perfect en meteen na Knowth nemen rijden we terug naar het Visitor Center waar we opnieuw een busje nemen, deze keer naar Newgrange.
Het Newgrange graf is gedeeltelijk gereconstrueerd met alle ter plaatse gevonden materiaal.
Hier mogen we wel de grafkamer binnen en het doet me toch wat wanneer het binnenschijnen van de zonnestralen op de 21ste juni gesimuleerd worden. Een heel mooie belevenis.
Het is middag wanneer we buiten komen en we hebben nog de moed om kort terug te rijden naar Monasterboice. We verwachten half en half een georganiseerde kermis aan te treffen zoals in Clonmacnoise maar niks daarvan. In een uithoek van het dorp ligt een klein kerkhofje met een roundtower zonder dak. Niet de paar ruïnes van kleine kerkjes zijn hier indrukwekkend, maar de drie kolossale High Crosses waarvan er
twee ook nog uitzonderlijk goed bewaard zijn. Deze staan hier zonder enige vorm van bewaking of bescherming tussen eeuwenoude graven en andere die amper een jaar oud zijn. Een vreemde gewaarwording en vooral, het geeft een andere kijk op de High Crosses die totnogtoe wel indrukwekkend waren maar niet imponerend. Deze zijn het wel.
We besluiten dat dit een mooie afsluiter van de dag was (4000 jaar geschiedenis op een half dagje kruipt niet in de kouwe kleren) en rijden door naar onze camping dicht bij Dublin. het Camac camping & caravaning center is een grote camping en een plaatsje bemachtigen is dus geen probleem. Ondanks de ligging op de kruising van twee autosnelwegen is het geluid beperkt in het hoekje waar we verkassen. Het is hier zelfs best aardig staan zeker voor een camping die zo dicht bij een grootstad ligt. We blijven dan ook twee of drie nachten omdat we morgen en overmorgen Dublin gaan verkennen. De bus naar het centrum stopt voor de camping, dus dat is mooi meegenomen.
De tijd kort, de terugkeer nadert met rasse schreden...
Vandaag gereden : 168km
Totaal : 3010km
Camping : 27€/nacht
Maandag 26, dinsdag 27 juli : Dublin
De bus stopt inderdaad pal voor de camping. Het is een echte anderhalve dubbeldekker : twee dekken maar het dak van de bovenkant is er voor 2/3 afgehaald. We betalen 15,5€ pp voor Ingrid en mezelf en daarmee mogen we 2 dagen lang op-en-af-hoppen langs het parcours met meer dan 20 halteplaatsen dat de bussen doorheen de stad rijden. De rit naar het centrum duurt een klein uurtje.
Zoals we hadden verwacht overvalt het hectische van deze grootstad ons na 2,5 weken relatieve plattelandsrust. We springen uit de shuttlebus en op de citybus. Die neemt ons mee langs de belangrijkste punten van de stad. Het begint bij het General Post Office (GPO) waar het in 1916 ook allemaal begon voor de Republiek Ierland met de Paasopstand. Meteen voor het GPO staat “The Spine”, een naald van meer dan 100m hoog. Eigenlijk een grotesk en zinloos beeld op de O'Connell Avenue. Of zoals één van de chauffeurs-gidsen het uitdrukt : er is heel veel geld uitgegeven (naar verluid 6 mio €) om één duif een zitplaats te bezorgen.
Via Trinity College en Nassau Street gaan we naar de Guinness brouwerij aan St James Gate. daar waar het allemaal begon voor de volgende 9000 jaar (Dhr Guinness tekende indertijd een leasecontract van 9000 jaar voor de gronden van de brouwerij). Miljoenen liter Guinness worden hier wekelijks gebrouwen. "The Guinness Experience" heet het gebeuren officieel. En dat is een goed gekozen benaming want het bezoek aan "de grootste Pint of Guinness ter wereld" is een belevenis, een onderdompeling in het bruine vocht. Hectisch, heel hectisch en druk, dat wel, alweer. Maarten en ik tappen onze Pint en worden er officieel voor gediplomeerd. Toch wel een toffe attentie. We lunchen ook in het restaurant ter plekke en dat is absoluut niet slecht.
's Namiddags hoppen we weer op en af de bus en bezoeken Kilmainham Goal. De beruchte gevangenis waar o.a. Emon de Valera, één van de rebellen en de latere Eerste Minister en President van Ierland gevangen zat en waar 14 opstandelingen van de Paasopstand werden geëxecuteerd. Een beklijvend bezoek. Van de verdere rit onthouden we vooral Phoenix Park, een enorm parkgebied dat aansluit bij het centrum en het grootste stadspark ter wereld is (bijna 3x zo groot als Central Park in New York en tientallen malen groter dan Hyde Park in London.
De tijd zit er al op en we gaan terug naar de camping. Jammer genoeg stopt de bus die wij willen nemen er niet De volgende komt pas een uur later en we besluiten toch maar deze te nemen tot de dichtst bij de camping gelegen halte. Er wachtte ons dus nog een wandeling van een klein half uur.
Voor het bezoek aan Dublin van de volgende dag lieten we de jongens in de camper. Die zouden later zelf naar het centrum afzakken en hun eigen parcours doen.
Onze transferbuschauffeur deed nogal raar en liet de draaiende bus mét passagiers een tiental minuten alleen op straat staan. Hij stopte ook niet op het voorziene punt in het centrum maar in the middel of nowhere wat tot heel wat verwarring leidde, zowel bij mensen die voor de eerste keer naar het centrum kwamen en niet wisten waar ze waren als bij ''ervaren" rotten zoals wij die wisten dat dit niet de juist halte was. Het duurde wel 20 minuten vooraleer we allemaal uitgestapt waren...
Trinity College was vlakbij en we sluiten ons aan bij een rondleiding over de beroemde campus. Die wordt gegeven door een briljante gids en ex-student van Trinity. Uiteraard sluiten we af met een bezoek aan het boek of Kells en de Old Library. Ondertussen is het weer ruim middag en we gaan lunchen in hét uitgaansdistrict van Dublin : Temple Bar. We zoeken iets lekkers om te eten maar vinden niet echt iets. Er is grosso modo de keuze uit de Irish Stew kroegen, de Hardrock Caféklonen en de Italianen met schandalige prijzen voor een pizza of spaghetti. Ik krijg ondertussen een telefoontje van een vriendin die zeer slecht nieuws had. Het vergalt voor mij toch wat de sfeer. We stappen dan maar het eerste het beste restaurantje binnen en dat valt dik tegen. Als je in Dublin wat wil gaan eten : blijf weg uit Temple Bar. De rue des Bouchers in Brussel is in vergelijking hiermee een gastronomische Tempel.
De sfeer blijft wat gedrukt, ondanks de zon. De stad is heel hectisch. Iedereen schijnt geweldig uitgelaten omdat de zon schijnt. Mensen botsen voortdurend tegen ons aan, iedereen roept, tiert, schaterlacht.
Mijn ergernis bereikt een toppunt wanneer ik een foto van Ingrid wil nemen bij Molly Malone en een slechte Ierse kloon van clown Bassie met een tamboer in zijn pollen Ingrid absoluut bij zich wel trekken en met haar op de foto wil. Mits betaling uiteraard. Ik wil hem wel betalen, maar dan om uit het zicht te gaan. Maar daar heeft de man geen boodschap aan. Het wordt dan maar een foto van Sweet Mollie met Bassie. Als het van mij had afgehangen zonder één penny, maar Ingrid had blijkbaar toch enige sympathie gekregen voor het irritante heerschap.
We willen graag nog Dublin Castle gaan bezoeken, maar daar zijn de rondleidingen voor de volgende uren al volgeboekt. Tja, we wandelen dan nog maar wat rondt op Nassau Street, kopen een CD van de Dubliners in een prachtige muziekwinkel waar enkel CD's van Ierse artiesten en video's over Ierland of mét Ierse acteurs verkocht worden. Zie je bij ons al een winkel met enkel maar muziek van Eddy Wally, Laura Lynn, de Kreuners en Clouseau en films met Urbanus en Gastone en Leo ?
Ingrid vindt in deze shoppingwijk wel haar verjaardagscadeau : een mooie trui van Aran Wool en bijpassende sjaal en...pet.
Terug naar de camping, deze keer met de goeie bus. Reusachtige pizza besteld en verorberd en weggedroomd uit deze hectische stad die mij niet bevalt. Het ontbreekt haar aan échte bezienswaardigheden, er is geen architectonische eeenheid, de historische monumenten komen niet tot hun recht vanwege nieuwbouw rondom en ze is hectisch, heel hectisch en erg gesloten. Voor de rest zijn er de gebruikelijke Mc Donaldsen, Spars, Burger Kings, Hardrock Cafés enzovoort en kan het om het even welke kleine wereldstad zijn.
Vandaag gereden : 0 km
Totaal : 3010 km
Woensdag 28 juli
De laatste dag Ierland ontdekken. We zakken nog wat meer naar het zuiden. De GPS kent niet heel de Ring rond Dublin en we rijden dus een paar keer verkeerd voor we Powerscourt House en Gardens in de Wicklow Mountains bereiken.
Het kasteel wordt schaamteloos commercieel geëploiteerd. We betalen 28€ om de tuinen te bezoeken. Die zijn gelukkig wel heel mooi, maar het is toch een heel bedrag om bomen, planten, grasperken en vijvers te bekijken.
We maken een mooie wandeling, maar zelfs hier is het duidelijk dat we in een toeristische regio zitten. Tientallen bussen met Spaanse, Amerikaanse, Japanse en Italiaanse toeristen worden aangevoerd. Vooral die laatsten vallen op door hun luid onderling gekakel en hun onvermogen om rekening te houden met andere bezoekers : zij willen een foto nemen, dus moet jij uit de weg, zelfs al stond je al effe te wachten tot zij effe uit beeld gingen. Ik kan het me niet laten om één van hen de paar Italiaanse woorden die ik van onze reis vorig jaar heb onthouden toe te fluisteren. Mijn uitspraak moet niet zo slecht geweest zijn want hij had duidelijk begrepen wat ik vertelde....
Het bezoek moet je onvermijdelijk afsluiten met een passage langs de winkeltjes in het kasteel. We hebben honger dus kunnen we niet weerstaan aan de heerlijke geur van een versgebakken roggebrood waarvoor we wel ruim 4€ betalen...Het was wel lekker, dat moeten we toegeven.
Wel heel redelijk geprijsd was een mooie trenchcoat en omdat de XXL me perfect pastte en omdat ik het fijn vond dat ik dus in Ierland blijkbaar geen XXXL nodig heb gaat deze mee terug naar het meestal ook regenachtige België.
Na het Powerscourt Demesne (een chique naam voor domein) rijden we de zes kilometer tot de hoogste waterval van Ierland. Aan het begin van de weg naar de waterval staat een oppasser om 17€ op te eisen.
Achteraf vragen we ons af waarom, want buiten de weliswaar schitterende waterval en het parkeerterrein is hier niets te beleven. Zelfs het aangekondigde natuurwandelpad kunnen we niet vinden. Het blijkt wel een populaire plaats te zijn voor de locals om te komen picknicken en barbecuen. Maar als die daarvoor ook telkens 5€ pp moeten betalen...
Na de hoge stortbeek rijden we naar Glendalough. We hebben geluk en kunnen aanpikken bij een groep met gids. Die groep bestaat uit oude mannen, eentje blind, anderen slecht te been. We vermoeden dat het paters met pensioen zijn want ze slaan overal een kruisje.
De kloostersite van Glendalough is wel bijzonder mooi gelegen. Het kloostertje zou door St Kevin gesticht zijn. Er is nog een intacte Round Tower, de ruïne van een kathedraal en een kerkje dat St Kevins Kitchen wordt genoemd. Overal rondom zijn eeuwenoude graven die door onkruid en heesters overgroeid worden. Sommigen zijn nauwelijks nog vindbaar. Reden ? OPW aan wie de site toebehoort is niet verantwoordelijk voor het onderhoud. Dat is de taak van de gemeente Glendalough. En vermits het geen eigendom is van de gemeente, onderhoudt deze ze ook zo goed als niet. Enfin, het geeft het geheel een zekere charme.
Het is ondertussen al na vijven en we laten de geplande wandeling aan ons voorbij gaan. Tot onze camping, de laatste op Ierse bodem, is het een 15km rijden.
Zelfs de camping hier lijdt onder een hectische vorm van toerisme. Iedereen is uitgelaten. De ruim100 plaatsen zijn behoorlijk klein en overal hossen kinderen rond, al even uitgelaten als hun volwassen begeleiders. Er zijn zeven (7 !) douches voor heel de grote camping mét veel kinderen. Dit kan nauwelijks goed gaan. De netheid van het al even schaarse sanitair schijnt dit te beamen. 4 sterren ? Mmmm, misschien de helft.
Ach, het is maar voor één nachtje en voor de snoet van de motorhome stroomt een riviertje met tien meter verderop een waterval. Dat is dan toch één aspect dat een beeld van romatisch Ierland oproept...water...
Vandaag gereden : 90 km
Totaal : 3100 km
Camping : 35€
Donderdag 29 juli
Het is al late voormiddag wanneer we de eindsprint naar Rosslare inzetten. We rijdenlangs smalle wegeltjes in de Wicklow Mountains, doorheen de vallei van de Avoca, en komen bij het punt dat “the meeting of the waters” genoemd wordt. Hier vloeien Avonmore (grote rivier) en Avonbeg (kleine rivier) samen om verder door het leven te gaan als Avoca en uiteindelijk terecht te komen in de Ierse Zee bij Arklow.
Aan symboliek geen gebrek. Jammer genoeg wordt deze plek volkomen ontsierd door een wangedrocht van een hotel dat letterlijk tot aan de rand van het meetingpoint is gebouwd. Thomas Moore, die op een prachtige manier de magie van deze plaats wist te vatten, heeft zich bij de bouw ervan ongetwijfeld omgedraaid in zijn graf.
Zijn gedicht wil ik de lezers niet onthouden.
The Meeting of the Waters
There is not in this wide world a valley so sweet
As that vale in whose bosom the bright waters meet;
Oh! the last rays of feeling and life must depart,
Ere the bloom of that valley shall fade from my heart.
Yet it was not that Nature had shed o'er the scene,
Her purest of crystal and brightest of green;
'Twas not her soft magic of streamlet or hill.
Oh! no, - it was something more exquisite still.
'Twas that friends, the beloved of my bosom, were near,
Who made every dear scene of enchantment more dear,
And who felt how the best charms of nature improve,
When we see them reflected from looks that we love.
Sweet Vale of Avoca! how calm could I rest
In thy bosom of shade, with the friends I love best,
Where storms that we feel in this cold world should cease,
And our hearts, like thy waters, be mingled in peace.
Thomas Moore
Ingrid en ik poseren nog bij de congruentie en we bedenken ons dat deze symboliek wel erg goed past bij deze reis.
Wat verderop komen we bij het dorpje Avoca. Niet meer dan een paar huizen en een kerkje langs het riviertje en toch wereldberoemd. Met dank aan de TV-serie Ballykissangel uit de jaren1990 die hier op locatie werd gedraaid. Aan ons is die serie volkomen voorbij gegaan en buiten het ene pittoreske dorpsbeeld van op het brugje is er weinig te beleven. Tenzij…de Avoca Hand Weavers verpozing kunnen brengen.
Dit is de oudste werkende molen in Ierland en sowieso het oudste Ierse bedrijf dat bijna 3 eeuwen aan de slag is. In de weverij of errond is echter geen enkele ambachtelijke activiteit te bespeuren. De industriële weefgetouwen staan er werkloos bij. Dan maar naar de shop. Die is een copy van de winkel in het Powerscourt Demesne die –nu je het zegt- Avoca Shop noemde. Noch onze kleerkast noch onze huisraad moeten aangevuld worden en we zijn dus zeer snel rond. Alleen de maag begint te knorren. Gelukkig blijkt het restaurantje zeer redelijke kost te verkopen. De bussen met toeristen blijven ondertussen maar aanzetten op de krappe parking. Het begrip “tourist trap” kan je hier dan ook zeer aanschouwelijk beleven.
De laatste loodjes naar Rosslare Harbour wegen niet echt zwaar. We gaan even onze boeking bevestigen en hebben dan nog wat tijd over tot de afvaart van de Norman Voyager. Die brengen we door op de kilometerslange stranden van Rosslare. Het is 20° en het regent niet. Meer hebben de Ieren niet nodig om te genieten van zand en zee. Een paar moedigen wagen zich zelfs in het water. Op de achtergrond zien we onze boot in de haven liggen. De inscheping later op de avond verloopt zeer vlot. De Guinness smaakt nog steeds, hoewel er geen originele glazen meer te bespeuren zijn. De cabines zijn nog steeds dezelfde maar deze keer slaap ik wel goed.
Vandaag gereden : 135 km
Totaal : 3235 km
Vrijdag 30 juli
We komen late namiddag aan in Cherbourg. De hele reis lang hing er een stankwolk rond de boot. Bij het ontschepen blijken een aantal trucks volgeladen te zijn met koeien en kalveren. Die beesten hadden geen cabines en slaapplaatsen en lieten dus 18u lang alles ter plaatse lopen. De oorzaak van de rurale geur is gevonden…
We rijden 200km tot Honfleur. Daar staan een paar honderd motorhomes bijna deur tegen deur en we prijzen ons gelukkig dat we één van de allerlaatste plaatsjes kunnen bemachtigen. Na de Ierse rust en ruimte zou ik het hier niet langer kunnen uithouden dan één nacht. Voor de meesten schijnt er echter geen bezwaar te zijn, en ondanks de krappe ruimte tussen de motorhomes zie je overal stoeltjes, tafeltjes, BBQ’s…
Wij gaan op zoek naar la Tortue dat we kennen van een vorig bezoek aan Honfleur en vinden het restaurantje waar we Ingrids verjaardag vieren met een lekker Frans etentje.
Vandaag gereden : 214km
Totaal : 3449 km
camperplaats : 6€
Zaterdag 31 juli
Ingrid telt 4X lentes vandaag. De aanpassing aan de leeftijd en aan het continentale klimaat verloopt zonder veel problemen. De tropische temperaturen van de afgelopen weken in België en Frankrijk zijn verdwenen en het lijkt wel Iers weer te zijn : wolken, een regenbui, af en toe een straaltje zon en 20°.
Wanneer we de Belgische rammelwegen oprijden wanen we ons echter weer in Ierland. Toch effe checken : we rijden wel degelijk rechts, dus is het België. Alleen : hier rammelen we door mekaar op de snelweg, in Ierland enkel op de kleine baantjes…
Stranks Kyra ophalen en weer wennen aan de rat race. Het zal niet meevallen na de rust en de ruimte in Ierland.
Vandaag gereden : 400 km
Totaal : 3849 km
klik HIER voor de fotoreportage